Wat kan de school doen voor mijn kind?

Ouder- en Jeugdsteunpunt

Wat kan de school doen voor mijn kind?

Wat moet de school doen voor mijn kind? (zorgplicht)

Elk kind moet onderwijs krijgen dat bij hem of haar past en extra hulp krijgen als dat nodig is. Het schoolbestuur en de school moeten daarvoor zorgen. Dat heet zorgplicht. De school waar de leerling schriftelijk wordt aangemeld onderzoekt welke hulp je kind nodig heeft – en of ze dit zelf kunnen geven. Als de school de ondersteuning niet kan bieden, gaan ze samen met op zoek naar een school die de ondersteuning wel kan bieden. Daar kan de leerling dan schriftelijk worden aangemeld door jou als ouder. Pas als de leerling op een andere school wordt ingeschreven en geplaats op een andere school stopt de zorgplicht en gaat de zorgplicht over naar de nieuwe school.

Wanneer moet een school mijn kind helpen? (zorgplicht)

De zorgplicht van de school begint als jij je kind schriftelijk aanmeldt. Dit geldt voor alle leerlingen die worden aangemeld. Verwacht je dat je kind extra ondersteuning nodig heeft? Dan ben je verplicht om dit bij de aanmelding aan te geven. De school heeft 6 weken om dit te onderzoeken. Dit kan 1 keer met 4 weken worden verlengd. De school waarop je jouw kind hebt aangemeld beslist uiteindelijk of er sprake is van extra ondersteuning of niet en of dit geboden kan worden.

 

Als de school de ondersteuning kan bieden, dan kan je kind worden ingeschreven op de school. Als school de hulp niet kan bieden, dan gaan ze samen met jou kijken welke school dat wel kan. Daar kan je jouw kind aanmelden. De zorgplicht stopt pas als je kind op een passende school is ingeschreven en geplaatst. De school heeft 6 weken om onderzoek te doen en te zorgen voor een passende onderwijsplek voor jouw kind.

 

Soms heeft de school géén zorgplicht, namelijk…

  • Als de school vol is.
  • Als jij het als ouder niet eens bent met hoe de school denkt over onderwijs en opvoeding. Dit noemen we ‘niet onderschrijven van de grondslag’.
  • Als de school niet het niveau biedt dat past bij het niveau van de leerling.

Waar kan ik lezen welke hulp een school biedt?

In de schoolgids staat hoe het komende schooljaar eruit ziet en wat de plannen van de school zijn. Ook beschrijft de schoolgids welke basisondersteuning er is en ook welke extra ondersteuning de school kan bieden. De school maakt elk jaar een nieuwe schoolgids. Je kunt het vinden op de website van de school. Soms ontvangen ouders de schoolgids ook op papier.

Wie helpt mijn kind op school?

Eigenlijk helpt bijna iedereen op school mee, maar vooral de mentoren zijn heel belangrijk. Zij geven zelf hulp aan leerlingen en zien snel of een leerling extra hulp nodig heeft. Als dat zo is, schakelt de mentor de coördinator passend onderwijs in. De coördinator passend onderwijs, kortweg ‘copa’ genoemd, zorgt ervoor dat leerlingen op school de hulp krijgen die ze nodig hebben. De copa helpt ook de leraren en andere medewerkers. Samen met jou en je kind maakt de copa een plan. In dat plan staat wat je kind nodig heeft, welke hulp hij of zij krijgt en hoe vaak. Ook staat er in wanneer en hoe wordt gekeken of de hulp werkt.

De copa zorgt dat de hulp er komt. Soms overlegt hij of zij ook met de teamleider, de afdelingsleider van de school of met het samenwerkingsverband SWVZHW.

Wat is een JES-overleg?

JES betekent Jeugd en School overleg. Dit is een gesprek dat de school organiseert als je kind hulp nodig heeft. Bij dit overleg zijn mensen meerdere professionals aanwezig, oftewel ketenpartners:

  • de coördinator passend onderwijs van de school
  • een consulent van het samenwerkingsverband SWVZHW
  • een schoolmaatschappelijk werker
  • een schoolarts of schoolverpleegkundige
  • een leerplichtambtenaar
  • een jeugdhulpverlener

 

Ze komen eens in de zoveel weken bij elkaar om te praten over kinderen die extra hulp nodig hebben en over de ondersteuningstructuur op school. Hoe vaak ze samenkomen, hangt af van wat de school nodig vindt. Voor dit overleg hebben ze informatie nodig over je kind. Als je kind al op school zit, gebruiken ze gegevens van de docenten of mentor. Soms vragen ze ook informatie van zorgverleners of een vorige school. Voordat ze deze informatie mogen gebruiken, moeten ze eerst jouw toestemming vragen. Dit geldt zolang je kind nog geen 16 jaar is. Vanaf 16 jaar geeft je kind zelf toestemming.

Zonder deze toestemming mag de school niet met anderen buiten de school praten over je kind. Ook moeten ze toestemming vragen om onderzoeksverslagen te lezen.

Wat is een overleg met meerdere hulpverleners (MDO)?

MDO betekent multidisciplinair overleg. Dit is een gesprek met meerdere mensen. De school organiseert dit als je kind hulp nodig heeft of naar school komt.

Bij zo’n gesprek zijn vaak deze mensen aanwezig:

  • de mentor
  • de coördinator passend onderwijs
  • iemand van buiten de school, bijvoorbeeld een deskundige, een schoolmaatschappelijk werker, iemand van het samenwerkingsverband of van de gemeente

 

De school vraagt altijd eerst jouw toestemming om anderen uit te nodigen. Is je kind 16 jaar of ouder? Dan moet ook je kind zelf toestemming geven.  Als ouder mag je altijd meepraten bij een MDO, totdat je kind 16 jaar is. Daarna mag je kind zelf beslissen of informatie met jou gedeeld wordt. Het is belangrijk dat jij en je kind meedenken over het plan voor extra hulp. Jij kent je kind het beste en weet hoe het thuis gaat. Je kind kan ook zelf vertellen hoe het gaat en wat het nodig heeft. Samen zoeken jullie naar een goede oplossing.

 

Soms is er extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld door een psycholoog of orthopedagoog. Dit wordt ook besproken tijdens het MDO. Voor zo’n onderzoek vraagt de school altijd eerst toestemming aan de ouders en vraagt ook aan je kind wat hij of zij ervan vindt.

 

Je mag vragen stellen over het onderzoek, zoals waarom het nodig is en wie het doet. Als het onderzoek klaar is, krijg jij als ouder het verslag als eerste te lezen. Jij beslist of de school het ook mag lezen. Is je kind 16 jaar of ouder? Dan moet je kind ook toestemming geven. Tijdens het MDO maken jullie een plan: het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). Hierin staat hoe je kind geholpen wordt om goed te leren en zich goed te voelen. Soms helpt een ketenpartner mee om het plan uit te voeren.

 

Soms vraagt de school ook of jij als ouder iets kunt doen om te helpen. Wat er nodig is, hangt van de situatie af. Jij en je kind denken altijd mee over het plan en (geeft) geven toestemming om het uit te voeren.

Na het gesprek schrijft de school precies op wat je kind nodig heeft en hoe de hulp gaat. Dit komt in een (digitaal) dossier.

 

De school houdt bij hoe het gaat met de extra hulp. Minstens één keer per jaar bespreekt de school dit met jou door het OPP te evalueren. Jullie praten dan over:

  • hoe je kind zich ontwikkelt
  • of de school nog steeds hetzelfde verwacht
  • of de hulp die je kind krijgt nog steeds passend is

Na dit gesprek kan de school besluiten om de hulp aan te passen.

Wie is verantwoordelijk voor de school?

Elke school heeft een schoolbestuur. Dit bestuur neemt belangrijke besluiten over de school en het onderwijs. Vaak doen ze dat voor meerdere scholen tegelijk. In de schoolgids kun je zien welk bestuur bij jouw school hoort. Het schoolbestuur zorgt onder andere voor de verdeling van het geld, genoeg personeel en goed onderwijs op school.

Schoolbesturen hebben zorgplicht. Dat betekent dat zij moeten zorgen dat elk kind onderwijs krijgt dat past bij wat het nodig heeft. En dat leerlingen extra hulp krijgen als dat nodig is. Het SWVZHW kan hierbij adviseren. Soms geeft het schoolbestuur taken aan de schoolleiding. Maar het bestuur blijft altijd eindverantwoordelijk.

Wil je contact opnemen?

Je kunt ons op werkdagen bellen tussen 09.00 uur en 16.00 uur.
Ons telefoonnummer is: 070 – 31 56 356. Of e-mail info@ojsp.nl. We helpen je graag.